aansporen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to encourage
Uitspraak: /ˈaːnˌspoːrə(n)/
Voorbeeld
De coach probeert de spelers aan te sporen om beter te presteren.
Vervoeging
| ik | spoor aan |
| jij | spoort aan |
| hij | spoort aan |
| wij | aansporen |
| jullie | aansporen |
| zij | aansporen |
Verleden tijd
sporde / sporden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanspord
Gebiedende wijs
spor
Voorwaardelijke wijs
zou aansporen
Toekomende tijd
zal aansporen
Scheidbaar werkwoord