aansteken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to ignite
Uitspraak: /ˈaːnˌstekə(n)/
Voorbeeld
Zij stak de kaars aan.
Vervoeging
| ik | steek aan |
| jij | steekt aan |
| hij | steekt aan |
| wij | steken aan |
| jullie | steken aan |
| zij | steken aan |
Verleden tijd
stekte / stekten
Voltooid deelwoord
hebbengeaanstekt
Gebiedende wijs
stek
Voorwaardelijke wijs
zou aansteken
Toekomende tijd
zal aansteken
Scheidbaar werkwoord