aanvoelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to sense
Uitspraak: /ˈaːnˌvuː.lə(n)/
Voorbeeld
Je kunt de spanning in de kamer aanvoelen.
Vervoeging
| ik | voel aan |
| jij | voelt aan |
| hij | voelt aan |
| wij | voelen aan |
| jullie | voelen aan |
| zij | voelen aan |
Verleden tijd
voelde / voelden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanvoeld
Gebiedende wijs
voel
Voorwaardelijke wijs
zou aanvoelen
Toekomende tijd
zal aanvoelen
Scheidbaar werkwoord