aanwassen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to grow
Uitspraak: /ˈaːn.ʋɑ.sə(n)/
Voorbeeld
De modder begint aan te wassen na de regen.
Vervoeging
ikwas aan
jijwast aan
hijwast aan
wijaanwassen
jullieaanwassen
zijaanwassen
Verleden tijd
wasste / wassten
Voltooid deelwoord
hebbengeaanwasst
Gebiedende wijs
wass
Voorwaardelijke wijs
zou aanwassen
Toekomende tijd
zal aanwassen
Scheidbaar werkwoord