aanzien

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to regard
Uitspraak: /ˈaːnˌziːn/
Voorbeeld
Ik kan het niet aanzien als mensen ruzie maken.
Vervoeging
ikzie aan
jijziet aan
hijziet aan
wijzien aan
julliezien aan
zijzien aan
Verleden tijd
zide / ziden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanzid
Gebiedende wijs
zi
Voorwaardelijke wijs
zou aanzien
Toekomende tijd
zal aanzien
Scheidbaar werkwoord
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
prestige
Uitspraak: /ˈaːnˌzin/
Voorbeeld
Het aanzien van de universiteit is hoog.