afbeelden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to depict
Uitspraak: /ˈɑfˌbeːldə(n)/
Voorbeeld
De kunstenaar besloot de stad in zijn schilderij af te beelden.
Vervoeging
| ik | beeld af |
| jij | beeldt af |
| hij | beeldt af |
| wij | afbeelden |
| jullie | afbeelden |
| zij | afbeelden |
Verleden tijd
beeldde / beeldden
Voltooid deelwoord
hebbengeafbeeldd
Gebiedende wijs
beeld
Voorwaardelijke wijs
zou afbeelden
Toekomende tijd
zal afbeelden
Scheidbaar werkwoord