afbehandelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to finalize
Uitspraak: /ˈɑf.bəˌɦɑn.də.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten deze zaak snel afbehandelen.
Vervoeging
| ik | afhandel |
| jij | afhandelt |
| hij | afhandelt |
| wij | afbehandelen |
| jullie | afbehandelen |
| zij | afbehandelen |
Verleden tijd
behandelde / behandelden
Voltooid deelwoord
hebbengeafbehandeld
Gebiedende wijs
behandel
Voorwaardelijke wijs
zou afbehandelen
Toekomende tijd
zal afbehandelen
Scheidbaar werkwoord