afbrengen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to dissuade
Uitspraak: /ˈɑfˌbrɛŋə(n)/
Voorbeeld
Het kostte veel moeite om hem van dat idee af te brengen.
Vervoeging
| ik | breng af |
| jij | brengt af |
| hij | brengt af |
| wij | afbrengen |
| jullie | afbrengen |
| zij | afbrengen |
Verleden tijd
brengde / brengden
Voltooid deelwoord
hebbengeafbrengd
Gebiedende wijs
breng
Voorwaardelijke wijs
zou afbrengen
Toekomende tijd
zal afbrengen
Scheidbaar werkwoord