afkijken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to copy
Uitspraak: /ˈɑfˌkɛikə(n)/
Voorbeeld
Tijdens het examen mag je niet afkijken.
Vervoeging
| ik | kijk af |
| jij | kijkt af |
| hij | kijkt af |
| wij | afkijken |
| jullie | afkijken |
| zij | afkijken |
Verleden tijd
kijkte / kijkten
Voltooid deelwoord
hebbengeafkijkt
Gebiedende wijs
kijk
Voorwaardelijke wijs
zou afkijken
Toekomende tijd
zal afkijken
Scheidbaar werkwoord