afkopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to buy off
Uitspraak: /ˈɑfˌkoːpə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot zijn contract af te kopen.
Vervoeging
| ik | koop af |
| jij | koopt af |
| hij | koopt af |
| wij | kopen af |
| jullie | kopen af |
| zij | kopen af |
Verleden tijd
kopte / kopten
Voltooid deelwoord
hebbengeafkopt
Gebiedende wijs
kop
Voorwaardelijke wijs
zou afkopen
Toekomende tijd
zal afkopen
Scheidbaar werkwoord