afpellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to peel
Uitspraak: /ˈɑfˌpɛlə(n)/
Voorbeeld
Je moet de sinaasappel eerst afpellen voordat je hem eet.
Vervoeging
ikafpel
jijafpelt
hijafpelt
wijafpellen
jullieafpellen
zijafpellen
Verleden tijd
pellde / pellden
Voltooid deelwoord
hebbengeafpelld
Gebiedende wijs
pell
Voorwaardelijke wijs
zou afpellen
Toekomende tijd
zal afpellen
Scheidbaar werkwoord