afromen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to skim
Uitspraak: /ˈɑfˌroːmə(n)/
Voorbeeld
De kok moet de room van de melk afromen.
Vervoeging
| ik | afroom |
| jij | afroomt |
| hij | afroomt |
| wij | afromen |
| jullie | afromen |
| zij | afromen |
Verleden tijd
romde / romden
Voltooid deelwoord
hebbengeafromd
Gebiedende wijs
rom
Voorwaardelijke wijs
zou afromen
Toekomende tijd
zal afromen
Scheidbaar werkwoord