afronden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
complete
Uitspraak: /ˈɑfˌrɔndə(n)/
Voorbeeld
Ik wil dit project vandaag afronden.
Vervoeging
ikrond af
jijrondt af
hijrondt af
wijafronden
jullieafronden
zijafronden
Verleden tijd
rondde / rondden
Voltooid deelwoord
hebbengeafrondd
Gebiedende wijs
rond
Voorwaardelijke wijs
zou afronden
Toekomende tijd
zal afronden
Scheidbaar werkwoord