afspraak
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
afspraak
Uitspraak: /ˈɑfˌspraːk/
Voorbeeld
Ik heb een afspraak bij de tandarts.
Meervoud
afspraken
Verkleinwoord
afspraakje