afsturen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to send off
Uitspraak: /ˈɑfˌstyrə(n)/
Voorbeeld
Ik moet het pakket vandaag afsturen.
Vervoeging
ikstuur af
jijstuurt af
hijstuurt af
wijsturen af
julliesturen af
zijsturen af
Verleden tijd
sturde / sturden
Voltooid deelwoord
hebbengeafsturd
Gebiedende wijs
stur
Voorwaardelijke wijs
zou afsturen
Toekomende tijd
zal afsturen
Scheidbaar werkwoord