afwassen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to wash dishes
Uitspraak: /ˈɑfˌʋɑ.sə(n)/
Voorbeeld
Na het eten moet ik afwassen.
Vervoeging
| ik | was af |
| jij | wast af |
| hij | wast af |
| wij | afwassen |
| jullie | afwassen |
| zij | afwassen |
Verleden tijd
wasste / wassten
Voltooid deelwoord
hebbengeafwasst
Gebiedende wijs
wass
Voorwaardelijke wijs
zou afwassen
Toekomende tijd
zal afwassen
Scheidbaar werkwoord