afwijzen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
afwijzen
Uitspraak: /ˈɑfˌʋɛi̯.zə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot het aanbod af te wijzen.
Vervoeging
ikwijs af
jijwijst af
hijwijst af
wijwijzen af
julliewijzen af
zijwijzen af
Verleden tijd
wees af / wezen af
Voltooid deelwoord
hebbenafgewezen
Gebiedende wijs
wijs af
Voorwaardelijke wijs
zou afwijzen
Toekomende tijd
zal afwijzen
Scheidbaar werkwoord