afzetten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to drop off
Uitspraak: /ˈɑfˌzɛtə(n)/
Voorbeeld
Kun je de televisie afzetten?
Vervoeging
ikzet af
jijzet af
hijzet af
wijafzetten
jullieafzetten
zijafzetten
Verleden tijd
zettte / zettten
Voltooid deelwoord
hebbengeafzettt
Gebiedende wijs
zett
Voorwaardelijke wijs
zou afzetten
Toekomende tijd
zal afzetten
Scheidbaar werkwoord