alarm

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
alarm
Uitspraak: /aˈlɑrm/
Voorbeeld
Het alarm ging af midden in de nacht.
Meervoud
alarmen
Verkleinwoord
alarmpje