angst
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
angst
Uitspraak: /ɑŋst/
Voorbeeld
Hij heeft angst voor spinnen.
Meervoud
angsten
Verkleinwoord
angstje