annuleren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
cancel
Uitspraak: /ɑnyˈleːrə(n)/
Voorbeeld
Ze hebben de vlucht geannuleerd.
Vervoeging
| ik | annuleer |
| jij | annuleert |
| hij | annuleert |
| wij | annuleren |
| jullie | annuleren |
| zij | annuleren |
Verleden tijd
annulerde / annulerden
Voltooid deelwoord
hebbengeannulerd
Gebiedende wijs
annuler
Voorwaardelijke wijs
zou annuleren
Toekomende tijd
zal annuleren