arresteren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
arresteren
Uitspraak: /ɑrɛˈsteːrə(n)/
Voorbeeld
De politie moest de verdachte arresteren.
Vervoeging
ikarrest
jijarresteert
hijarresteert
wijarresteren
julliearresteren
zijarresteren
Verleden tijd
arresteerde / arresteerden
Voltooid deelwoord
hebbengearresteerd
Gebiedende wijs
arrest
Voorwaardelijke wijs
zou arresteren
Toekomende tijd
zal arresteren