babbelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
chat
Uitspraak: /ˈbɑ.bəl/
Voorbeeld
Ze gingen op het terras zitten om te babbelen.
Vervoeging
ikbabbel
jijbabbelt
hijbabbelt
wijbabbelen
julliebabbelen
zijbabbelen
Verleden tijd
babbelde / babbelden
Voltooid deelwoord
hebbengebabbeld
Gebiedende wijs
babbel
Voorwaardelijke wijs
zou babbel
Toekomende tijd
zal babbel