badminton
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
badminton
Uitspraak: /ˈbɑdmɪntɔn/
Voorbeeld
We spelen elke zaterdag badminton in de sporthal.