baken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb2
de/het
Vertaling
beacon
Uitspraak: /ˈbaːkən/
Voorbeeld
Het baken leidde de schepen veilig naar de haven.
Meervoud
bakens
werkwoorda1
Vertaling
beacon
Uitspraak: /ˈbaː.kə(n)/
Voorbeeld
Hij gaat een taart bakken voor het feest.
Vervoeging
ikbaken
jijbakt
hijbakt
wijbaken
julliebaken
zijbaken
Verleden tijd
bakte / bakten
Voltooid deelwoord
hebbengebakt
Gebiedende wijs
bak
Voorwaardelijke wijs
zou baken
Toekomende tijd
zal baken