beëindigen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to terminate
Uitspraak: /bəˈɛindəɣə(n)/
Voorbeeld
We moeten het project voor het einde van de maand beëindigen.
Vervoeging
| ik | beëindig |
| jij | beëindigt |
| hij | beëindigt |
| wij | beëindigen |
| jullie | beëindigen |
| zij | beëindigen |
Verleden tijd
beëindigde / beëindigden
Voltooid deelwoord
hebbengebeëindigd
Gebiedende wijs
beëindig
Voorwaardelijke wijs
zou beëindigen
Toekomende tijd
zal beëindigen