beginnen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
beginnen
Uitspraak: /bəˈɣɪ.nə(n)/
Voorbeeld
We beginnen morgen met het project.
Vervoeging
ikbegin
jijbegint
hijbegint
wijbeginnen
julliebeginnen
zijbeginnen
Verleden tijd
begon / begonnen
Voltooid deelwoord
zijnbegonnen
Gebiedende wijs
begin
Voorwaardelijke wijs
zou beginnen
Toekomende tijd
zal beginnen