beheren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to manage
Uitspraak: /bəˈɦeːrə(n)/
Voorbeeld
Hij kan de financiën goed beheren.
Vervoeging
| ik | beheer |
| jij | beheert |
| hij | beheert |
| wij | beheren |
| jullie | beheren |
| zij | beheren |
Verleden tijd
beherde / beherden
Voltooid deelwoord
hebbengebeherd
Gebiedende wijs
beher
Voorwaardelijke wijs
zou beheren
Toekomende tijd
zal beheren