bekennen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
bekennen
Uitspraak: /bəˈkɛnə(n)/
Voorbeeld
Hij moest zijn fout bekennen.
Vervoeging
| ik | beken |
| jij | bekent |
| hij | bekent |
| wij | bekennen |
| jullie | bekennen |
| zij | bekennen |
Verleden tijd
bekende / bekenden
Voltooid deelwoord
hebbenbekend
Gebiedende wijs
beken
Voorwaardelijke wijs
zou bekennen
Toekomende tijd
zal bekennen