bellen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
bellen
Uitspraak: /ˈbɛ.lə(n)/
Voorbeeld
Zij gaat haar moeder bellen.
Vervoeging
| ik | bel |
| jij | belt |
| hij | belt |
| wij | bellen |
| jullie | bellen |
| zij | bellen |
Verleden tijd
belde / belden
Voltooid deelwoord
hebbengebeld
Gebiedende wijs
bel
Voorwaardelijke wijs
zou bellen
Toekomende tijd
zal bellen