beloven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
beloven
Uitspraak: /bəˈloː.və(n)/
Voorbeeld
Ik kan je niets beloven.
Vervoeging
| ik | beloof |
| jij | belooft |
| hij | belooft |
| wij | beloven |
| jullie | beloven |
| zij | beloven |
Verleden tijd
beloofde / beloofden
Voltooid deelwoord
hebbenbeloofd
Gebiedende wijs
beloof
Voorwaardelijke wijs
zou beloven
Toekomende tijd
zal beloven