bemoeien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
interfere
Uitspraak: /bəˈmu.jən/
Voorbeeld
Je moet je niet met alles bemoeien.
Vervoeging
| ik | bemoei |
| jij | bemoeit |
| hij | bemoeit |
| wij | bemoeien |
| jullie | bemoeien |
| zij | bemoeien |
Verleden tijd
bemoeide / bemoeiden
Voltooid deelwoord
hebbengebemoeid
Gebiedende wijs
bemoei
Voorwaardelijke wijs
zou bemoeien
Toekomende tijd
zal bemoeien