benoemen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
appoint
Uitspraak: /bəˈnumə(n)/
Voorbeeld
Ze willen hem tot directeur benoemen.
Vervoeging
| ik | benoem |
| jij | benoemt |
| hij | benoemt |
| wij | benoemen |
| jullie | benoemen |
| zij | benoemen |
Verleden tijd
benoemde / benoemden
Voltooid deelwoord
hebbengebenoemd
Gebiedende wijs
benoem
Voorwaardelijke wijs
zou benoemen
Toekomende tijd
zal benoemen