berekenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
calculate
Uitspraak: /bəˈreːkənə(n)/
Voorbeeld
We moeten de totale kosten berekenen.
Vervoeging
ikbereken
jijberekent
hijberekent
wijberekenen
jullieberekenen
zijberekenen
Verleden tijd
berekende / berekenden
Voltooid deelwoord
hebbengeberekend
Gebiedende wijs
bereken
Voorwaardelijke wijs
zou berekenen
Toekomende tijd
zal berekenen