beschieten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
beschieten
Uitspraak: /bəˈsxi.tə(n)/
Voorbeeld
De soldaten moesten het doelwit beschieten.
Vervoeging
| ik | beschiet |
| jij | beschiet |
| hij | beschiet |
| wij | beschieten |
| jullie | beschieten |
| zij | beschieten |
Verleden tijd
beschoot / beschoten
Voltooid deelwoord
hebbenbeschoten
Gebiedende wijs
beschiet
Voorwaardelijke wijs
zou beschieten
Toekomende tijd
zal beschieten