beslissen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
beslissen
Uitspraak: /bəˈslɪsə(n)/
Voorbeeld
We moeten snel beslissen wat we gaan doen.
Vervoeging
| ik | beslis |
| jij | beslist |
| hij | beslist |
| wij | beslissen |
| jullie | beslissen |
| zij | beslissen |
Verleden tijd
besliste / beslisten
Voltooid deelwoord
hebbenbeslist
Gebiedende wijs
beslis
Voorwaardelijke wijs
zou beslissen
Toekomende tijd
zal beslissen