besmetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
besmetten
Uitspraak: /bəˈsmɛ.tə(n)/
Voorbeeld
Het virus kan mensen snel besmetten.
Vervoeging
| ik | besmet |
| jij | besmet |
| hij | besmet |
| wij | besmetten |
| jullie | besmetten |
| zij | besmetten |
Verleden tijd
besmette / besmetten
Voltooid deelwoord
hebbenbesmet
Gebiedende wijs
besmet
Voorwaardelijke wijs
zou besmetten
Toekomende tijd
zal besmetten