besparen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
save
Uitspraak: /bəˈspaːrə(n)/
Voorbeeld
We proberen elke maand geld te besparen.
Vervoeging
| ik | bespaar |
| jij | bespaart |
| hij | bespaart |
| wij | besparen |
| jullie | besparen |
| zij | besparen |
Verleden tijd
besparde / besparden
Voltooid deelwoord
hebbengebespard
Gebiedende wijs
bespar
Voorwaardelijke wijs
zou besparen
Toekomende tijd
zal besparen