bespreken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
bespreken
Uitspraak: /bəˈspreːkə(n)/
Voorbeeld
We moeten het plan morgen bespreken.
Vervoeging
ikbespreek
jijbespreekt
hijbespreekt
wijbespreken
julliebespreken
zijbespreken
Verleden tijd
besprak / bespraken
Voltooid deelwoord
hebbenbesproken
Gebiedende wijs
bespreek
Voorwaardelijke wijs
zou bespreken
Toekomende tijd
zal bespreken