betrappen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
betrappen
Uitspraak: /bəˈtrɑpə(n)/
Voorbeeld
Hij werd betrapt op het stelen van snoepjes.
Vervoeging
ikbetrap
jijbetrapt
hijbetrapt
wijbetrappen
julliebetrappen
zijbetrappen
Verleden tijd
betrapte / betrapten
Voltooid deelwoord
hebbenbetrapt
Gebiedende wijs
betrap
Voorwaardelijke wijs
zou betrappen
Toekomende tijd
zal betrappen