betrekken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
betrekken
Uitspraak: /bəˈtrɛkən/
Voorbeeld
We willen de buurt meer bij het project betrekken.
Vervoeging
ikbetrek
jijbetrekt
hijbetrekt
wijbetrekken
julliebetrekken
zijbetrekken
Verleden tijd
betrok / betrokken
Voltooid deelwoord
hebbenbetrokken
Gebiedende wijs
betrek
Voorwaardelijke wijs
zou betrekken
Toekomende tijd
zal betrekken