bevelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
bevelen
Uitspraak: /bəˈveːlə(n)/
Voorbeeld
De generaal kan zijn troepen bevelen.
Vervoeging
ikbeveel
jijbeveelt
hijbeveelt
wijbevelen
julliebevelen
zijbevelen
Verleden tijd
beval / bevalen
Voltooid deelwoord
hebbenbevolen
Gebiedende wijs
beveel
Voorwaardelijke wijs
zou bevelen
Toekomende tijd
zal bevelen
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
bevelen
Uitspraak: /bəˈveːlə(n)/
Voorbeeld
De bevelen werden strikt opgevolgd.