bewaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
bewaken
Uitspraak: /bəˈʋaːkə(n)/
Voorbeeld
De bewaker moet het gebouw bewaken.
Vervoeging
| ik | bewaak |
| jij | bewaakt |
| hij | bewaakt |
| wij | bewaken |
| jullie | bewaken |
| zij | bewaken |
Verleden tijd
bewaakte / bewaakten
Voltooid deelwoord
hebbenbewaakt
Gebiedende wijs
bewaak
Voorwaardelijke wijs
zou bewaken
Toekomende tijd
zal bewaken