bewegen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
bewegen
Uitspraak: /bəˈʋeː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Het is belangrijk om elke dag te bewegen.
Vervoeging
ikbeweeg
jijbeweegt
hijbeweegt
wijbewegen
julliebewegen
zijbewegen
Verleden tijd
bewoog / bewogen
Voltooid deelwoord
hebbenbewogen
Gebiedende wijs
beweeg
Voorwaardelijke wijs
zou bewegen
Toekomende tijd
zal bewegen