bezorgen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
bezorgen
Uitspraak: /bəˈzɔr.ɣə(n)/
Voorbeeld
De postbode zal het pakket morgen bezorgen.
Vervoeging
| ik | bezorg |
| jij | bezorgt |
| hij | bezorgt |
| wij | bezorgen |
| jullie | bezorgen |
| zij | bezorgen |
Verleden tijd
bezorgde / bezorgden
Voltooid deelwoord
hebbenbezorgd
Gebiedende wijs
bezorg
Voorwaardelijke wijs
zou bezorgen
Toekomende tijd
zal bezorgen