bijbouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to build alongside
Uitspraak: /ˈbɛi̯ˌbɑu̯ə(n)/
Voorbeeld
Ze willen een extra verdieping bijbouwen.
Vervoeging
| ik | bijbouw |
| jij | bijbouwt |
| hij | bijbouwt |
| wij | bijbouwen |
| jullie | bijbouwen |
| zij | bijbouwen |
Verleden tijd
bouwde / bouwden
Voltooid deelwoord
hebbengebijbouwd
Gebiedende wijs
bouw
Voorwaardelijke wijs
zou bijbouwen
Toekomende tijd
zal bijbouwen
Scheidbaar werkwoord