bijhalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to fetch
Uitspraak: /ˈbɛi̯ɦaːlə(n)/
Voorbeeld
Hij moest zijn broer bijhalen voor hulp.
Vervoeging
| ik | bijhaal |
| jij | bijhaalt |
| hij | bijhaalt |
| wij | bijhalen |
| jullie | bijhalen |
| zij | bijhalen |
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengebijhald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou bijhalen
Toekomende tijd
zal bijhalen
Scheidbaar werkwoord