bijleren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to learn more
Uitspraak: /ˈbɛiˌlerən/
Voorbeeld
Ik wil graag meer bijleren over geschiedenis.
Vervoeging
| ik | bijleer |
| jij | bijleert |
| hij | bijleert |
| wij | bijleren |
| jullie | bijleren |
| zij | bijleren |
Verleden tijd
lerde / lerden
Voltooid deelwoord
hebbengebijlerd
Gebiedende wijs
ler
Voorwaardelijke wijs
zou bijleren
Toekomende tijd
zal bijleren
Scheidbaar werkwoord