bijliggen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to lie next to
Uitspraak: /ˈbɛi̯lɪɣə(n)/
Voorbeeld
De kat ligt graag bij mij bij op de bank.
Vervoeging
| ik | bijlig |
| jij | bijligt |
| hij | bijligt |
| wij | bijliggen |
| jullie | bijliggen |
| zij | bijliggen |
Verleden tijd
liggde / liggden
Voltooid deelwoord
hebbengebijliggd
Gebiedende wijs
ligg
Voorwaardelijke wijs
zou bijliggen
Toekomende tijd
zal bijliggen
Scheidbaar werkwoord