bijlopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to walk along
Uitspraak: /ˈbɛi̯loːpə(n)/
Voorbeeld
Ze kan nog niet goed bijlopen na de operatie.
Vervoeging
| ik | bijloop |
| jij | bijloopt |
| hij | bijloopt |
| wij | bijlopen |
| jullie | bijlopen |
| zij | bijlopen |
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengebijlopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou bijlopen
Toekomende tijd
zal bijlopen
Scheidbaar werkwoord